Een pomp wordt ieder halfjaar preventief gereviseerd, terwijl bij demontage nauwelijks slijtage zichtbaar is. Een andere pomp blijft draaien totdat een lager vastloopt en een volledige productielijn onverwacht tot stilstand komt. In beide situaties kan de gekozen onderhoudsstrategie onnodig veel geld kosten.
De keuze tussen preventief, predictief of correctief onderhoud wordt niet bepaald door welke methode het modernst is. De juiste strategie hangt af van de kritikaliteit van de installatie, de gevolgen van uitval, de voorspelbaarheid van de faalwijze en de verhouding tussen onderhoudskosten en bedrijfsrisico’s.
Er bestaat daarom geen onderhoudsstrategie die voor iedere installatie geschikt is. In de praktijk is een combinatie meestal het effectiefst. Binnen één machine kunnen sommige onderdelen preventief worden onderhouden, andere predictief worden bewaakt en weer andere bewust pas na een defect worden vervangen.
Wat is preventief onderhoud?
Preventief onderhoud is gepland onderhoud dat wordt uitgevoerd voordat een storing optreedt. Het onderhoudsmoment wordt meestal bepaald aan de hand van kalenderduur, draaiuren, productiecycli, leveranciersvoorschriften of een wettelijk vastgesteld inspectie-interval.
Voorbeelden zijn het periodiek vervangen van filters en riemen, het smeren van lagers, het testen van noodvoorzieningen en het controleren van beveiligingen. De feitelijke conditie van het onderdeel is daarbij niet altijd leidend. Het onderhoud vindt plaats omdat een vooraf vastgesteld moment is bereikt.
Deze strategie werkt vooral goed wanneer slijtage redelijk voorspelbaar is. Een filter dat bij normale bedrijfsomstandigheden na een bepaald aantal draaiuren vervuild raakt, kan volgens een vast schema worden vervangen. Hetzelfde geldt voor onderdelen die door cyclische belasting, veroudering of vervuiling een redelijk constante levensduur hebben.
Preventief onderhoud ligt vooral voor de hand wanneer:
- De levensduur van een onderdeel redelijk voorspelbaar is
- Een fabrikant een duidelijk onderhoudsinterval voorschrijft
- Inspecties wettelijk of contractueel verplicht zijn
- De onderhoudstaak relatief eenvoudig en goedkoop is
- Betrouwbare conditiedata ontbreken
- Het risico van te laat onderhoud groter is dan de kosten van vroegtijdige vervanging
Het belangrijkste voordeel is de planbaarheid. Personeel, reserveonderdelen en productiestops kunnen vooraf worden georganiseerd. Daardoor hoeft niet iedere ingreep onder tijdsdruk plaats te vinden.
Tegelijkertijd schuilt hierin een belangrijk nadeel. Een kalender of urenteller laat niet zien hoe een onderdeel er werkelijk aan toe is. Een component kan worden vervangen terwijl deze nog lange tijd had kunnen functioneren. Daarmee worden onderdelen, onderhoudsuren en productiestops mogelijk onnodig ingezet.
Ook kan onderhoud zelf nieuwe problemen introduceren. Iedere demontage brengt risico’s mee, zoals vervuiling, verkeerde uitlijning, montagefouten, beschadigde afdichtingen of onjuist aangebrachte smeermiddelen.
Een preventief onderhoudsinterval mag daarom niet jarenlang automatisch worden herhaald. Storingshistorie, inspectieresultaten, veranderde belasting en operationele omstandigheden moeten regelmatig worden gebruikt om te beoordelen of het interval nog passend is.
Wat is predictief onderhoud?
Predictief onderhoud gebruikt metingen en conditiedata om te bepalen wanneer een storing waarschijnlijk ontstaat en wanneer ingrijpen nodig is. Het onderhoudsmoment wordt gebaseerd op de gemeten toestand van de installatie in plaats van uitsluitend op tijd of gebruik.
De technische basis hiervoor is condition monitoring. Daarbij wordt de conditie van een machine periodiek of continu gevolgd. Veelgebruikte methoden zijn:
- Trillingsmetingen
- Temperatuurmetingen
- Thermografie
- Olie- en smeermiddelenanalyse
- Ultrasone en akoestische inspecties
- Stroom- en vermogensmetingen
- Druk-, debiet- en procesmetingen
- Analyse van sensordata en historische storingsgegevens
Bij roterende apparatuur kunnen veranderingen in trillingen bijvoorbeeld wijzen op onbalans, verkeerde uitlijning, lagerschade of mechanische speling. Temperatuurstijging kan duiden op toenemende wrijving, onvoldoende koeling of elektrische problemen. Olieanalyse kan informatie geven over vervuiling, slijtagedeeltjes en de conditie van het smeermiddel.
Predictief onderhoud is vooral interessant voor kritische pompen, compressoren, elektromotoren, tandwielkasten, ventilatoren en andere installaties waarvan onverwachte uitval grote gevolgen heeft.
Toch is het niet voldoende om simpelweg sensoren te installeren. Een predictieve aanpak heeft pas waarde wanneer aan een aantal voorwaarden wordt voldaan:
- De faalwijze kondigt zich vooraf meetbaar aan;
- De meting heeft een betrouwbare relatie met de daadwerkelijke conditie;
- Er blijft na de eerste waarschuwing voldoende tijd over om in te grijpen;
- De asset is kritisch of kostbaar genoeg om monitoring te rechtvaardigen;
- De organisatie kan alarmen beoordelen en opvolgen;
- Er zijn mensen, processen en reserveonderdelen beschikbaar om actie te ondernemen.
Wanneer een defect zonder waarschuwing optreedt, biedt uitgebreide monitoring weinig voorspellende waarde. Hetzelfde geldt wanneer een sensor wel een afwijking detecteert, maar niemand verantwoordelijk is voor de analyse en opvolging.
Predictive maintenance is daarom geen doel op zichzelf. Een duur sensorplatform op een goedkope ventilator die snel kan worden vervangen, zal economisch zelden logisch zijn. Voor een compressor waarvan de uitval een volledige productielocatie stillegt, kan dezelfde technologie juist waardevol zijn.
Ook datakwaliteit speelt een grote rol. Wanneer storingen alleen worden geregistreerd als ‘machine defect’, zonder informatie over de oorzaak, faalwijze en uitgevoerde reparatie, is het moeilijk om betrouwbare patronen te herkennen. Predictief onderhoud begint daarom vaak met betere registratie en niet met meer sensoren.
Wat is correctief onderhoud?
Correctief onderhoud vindt plaats nadat een defect of storing is vastgesteld. Dit kan een geplande reparatie zijn na een inspectie, maar ook ongepland storingsonderhoud nadat de installatie volledig is uitgevallen.
Binnen correctief onderhoud kunnen drie situaties worden onderscheiden:
- Gepland correctief onderhoud: een gebrek is ontdekt, maar de reparatie kan op een geschikt moment worden ingepland.
- Ongepland correctief onderhoud: de installatie is uitgevallen en direct herstel is noodzakelijk.
- Bewust run-to-failure: het onderdeel blijft in gebruik totdat het faalt, omdat eerder ingrijpen economisch niet zinvol is.
Correctief onderhoud wordt vaak gezien als een teken van slecht onderhoudsmanagement. Dat is niet altijd terecht. Het kan een rationele keuze zijn wanneer een onderdeel niet kritisch is, weinig kost en snel kan worden vervangen.
Correctief onderhoud kan passend zijn wanneer:
- Uitval geen veiligheids- of milieurisico veroorzaakt;
- Het productieproces nauwelijks wordt beïnvloed;
- Vervanging snel en eenvoudig kan worden uitgevoerd;
- Het onderdeel goedkoop en direct beschikbaar is;
- Een tweede installatie de functie kan overnemen;
- Falen geen schade veroorzaakt aan andere componenten.
Denk aan niet-kritische verlichting, een eenvoudige ventilator in een ruimte zonder strenge klimaateisen of een goedkope hulppomp waarvan een tweede exemplaar beschikbaar is. In zulke gevallen kunnen de kosten van inspecties en preventieve vervanging hoger zijn dan de gevolgen van uitval.
Correctief onderhoud wordt onverstandig zodra een klein defect grote vervolgschade kan veroorzaken. Een relatief goedkoop lager kan bij vastlopen bijvoorbeeld een as, motor of tandwielkast beschadigen. De aanschafprijs van het lager zegt dan weinig over het werkelijke bedrijfsrisico.
Voor veiligheidskritische componenten is uitsluitend correctief onderhoud doorgaans niet geschikt. Een noodvoorziening, veiligheidsklep of beveiligingssysteem moet aantoonbaar functioneren wanneer dat nodig is. Wachten totdat de veiligheidsfunctie faalt, is daar geen verantwoorde onderhoudsstrategie.
Preventief, predictief en correctief onderhoud vergeleken
Het belangrijkste verschil tussen de drie onderhoudsstrategieën is de aanleiding om in te grijpen. Bij preventief onderhoud wordt actie ondernomen omdat een vastgesteld tijdstip of gebruiksniveau is bereikt. Bij predictief onderhoud geeft de gemeten conditie aanleiding tot een ingreep. Bij correctief onderhoud is al een defect of storing vastgesteld.
| Strategie | Wanneer vindt onderhoud plaats? | Welke informatie is nodig? | Geschikt voor | Belangrijkste voordeel | Belangrijkste nadeel |
| Preventief onderhoud | Op basis van tijd, draaiuren, cycli of voorschriften | Onderhoudsinterval, gebruiksdata, voorschriften en historie | Componenten met voorspelbare slijtage of vaste inspectieverplichtingen | Goed planbaar en relatief eenvoudig te organiseren | Kans op te vroeg of onnodig onderhoud |
| Predictief onderhoud | Wanneer metingen aantonen dat de conditie verslechtert | Betrouwbare meetdata, referentiewaarden, trends en technische analyse | Kritische assets met meetbare faalpatronen | Onderhoud op basis van de werkelijke conditie | Vereist investeringen, expertise, datakwaliteit en opvolging |
| Correctief onderhoud | Nadat een defect is ontdekt of uitval is opgetreden | Informatie over gevolgen, vervangtijd, reservedelen en redundantie | Goedkope, niet-kritische en snel vervangbare componenten | Geen onderhoud voordat het daadwerkelijk nodig is | Kans op ongeplande stilstand, spoedwerk en vervolgschade |
| Hybride onderhoud | Verschilt per component en faalwijze | Kritikaliteit, storingshistorie, conditiedata en risicoanalyse | Complexe industriële installaties | Onderhoudsmiddelen worden gericht ingezet | Vereist een goede assetstructuur en duidelijke besluitvorming |
Geen van deze strategieën is automatisch het goedkoopst. De totale onderhoudskosten bestaan niet alleen uit onderdelen en arbeidsuren. Ook productieverlies, afkeur, spoedtransport, overwerk, reiniging, herstartkosten, veiligheidsrisico’s en mogelijke vervolgschade moeten worden meegenomen.
Welke onderhoudsstrategie past bij welke installatie?
De juiste onderhoudsstrategie moet bij voorkeur per component en per faalwijze worden gekozen. Twee identieke pompen kunnen een andere aanpak nodig hebben wanneer de ene pomp een kritisch productieproces ondersteunt en de andere alleen als reserve dient.
Bij de keuze moeten minimaal de volgende factoren worden beoordeeld:
- Kritikaliteit voor het productieproces
Wat gebeurt er wanneer de installatie uitvalt? Stopt één machine, een volledige productielijn of mogelijk de hele locatie? - Veiligheids- en milieurisico’s
Kan falen leiden tot letsel, brand, explosie, lekkage, verontreiniging of schadelijke emissies? - Kosten van stilstand
Welke kosten ontstaan door productieverlies, afgekeurde producten, extra personeel, reiniging en herstart? - Kosten en levertijd van vervanging
Is het onderdeel direct beschikbaar of gaat het om een klantspecifieke component met een lange levertijd? - Voorspelbaarheid van de faalwijze
Ontwikkelt de storing zich geleidelijk en meetbaar, of treedt deze plotseling op? - Beschikbaarheid en kwaliteit van data
Zijn eerdere storingen, oorzaken, bedrijfsomstandigheden en onderhoudsacties betrouwbaar geregistreerd? - Aanwezigheid van redundantie
Kan een andere installatie de functie veilig en direct overnemen? - Mogelijke vervolgschade
Kan een klein defect andere onderdelen, het product of het proces beschadigen? - Wettelijke en contractuele verplichtingen
Zijn vaste inspecties, keuringen of functionele testen verplicht? - Beschikbare kennis en onderhoudscapaciteit
Kan de organisatie metingen interpreteren, werkzaamheden plannen en tijdig ingrijpen?
Deze factoren moeten gezamenlijk worden beoordeeld. Een asset kan bijvoorbeeld relatief goedkoop zijn, maar toch kritisch omdat uitval een volledige productielijn stopt. Omgekeerd kan een dure machine door voldoende redundantie minder urgent zijn.
Praktische beslisregels
Een aantal combinaties komt in de praktijk vaak voor:
- Hoge kritikaliteit en meetbare degradatie: kies predictief onderhoud, aangevuld met preventieve inspecties en een herstelplan.
- Hoge kritikaliteit en moeilijk voorspelbare storing: kies preventieve vervanging, redundantie, beveiliging of technisch herontwerp.
- Lage kritikaliteit en goedkope vervanging: correctief onderhoud of run-to-failure kan passend zijn.
- Middelhoge kritikaliteit en weinig data: begin preventief en voeg stapsgewijs conditiemetingen toe.
- Hoge veiligheids- of milieu-impact: vertrouw nooit uitsluitend op correctief onderhoud.
- Lange levertijd: combineer monitoring met een revisieplan of strategisch reserveonderdeel.
- Redundante installatie: correctief onderhoud kan deels passend zijn, mits de reservefunctie regelmatig wordt getest.
Voorbeelden van onderhoudsstrategieën per installatie
Kritische procespomp in een chemische fabriek
Bij een kritische procespomp kunnen uitval en lekkage zowel productie- als veiligheidsgevolgen hebben. Een hybride strategie ligt hier het meest voor de hand.
De conditie van lagers, koppeling en aandrijving kan worden gevolgd met trillings- en temperatuurmetingen. Smering, inspecties en controles van afdichtingen vinden volgens een preventief schema plaats. Veiligheidskritische functies worden volgens de geldende procedures getest.
Correctief onderhoud blijft beperkt tot onderdelen waarvan falen geen directe proces- of veiligheidsgevolgen heeft.
Elektromotor in een continu productieproces
Wanneer een elektromotor onderdeel is van een continu productieproces, kan onverwachte uitval grote stilstandskosten veroorzaken. Predictieve bewaking met trillingsmetingen, temperatuurmetingen en elektrische analyses kan dan waardevol zijn.
Dat betekent niet dat preventieve taken verdwijnen. Koeling, aansluitingen, smering en uitlijning moeten nog steeds periodiek worden gecontroleerd. Ook de levertijd en beschikbaarheid van een vervangende motor moeten in de strategie worden meegenomen.
Goedkope ventilator in een niet-kritische ruimte
Voor een eenvoudige ventilator in een ruimte zonder kritische klimaat- of veiligheidseisen kan run-to-failure de meest economische keuze zijn.
De voorwaarden zijn dat vervanging snel mogelijk is, een reserveonderdeel beschikbaar is en uitval niet leidt tot oververhitting, gevaarlijke stofconcentraties of problemen met de productkwaliteit.
Een uitgebreid monitoringsysteem zou in deze situatie waarschijnlijk meer kosten dan het voorkomt.
Compressor waarvan uitval de productie stillegt
Een centrale compressor die meerdere processen ondersteunt, is meestal een kritische asset. Uitval kan direct leiden tot productiestilstand op verschillende afdelingen.
Hier is een combinatie van predictieve monitoring, preventief onderhoud en redundantie verstandig. Trillingen, temperaturen, olieconditie, druk en energiegebruik kunnen worden gevolgd om afwijkingen vroegtijdig te herkennen.
Voor iedere afwijking moet vooraf duidelijk zijn:
- Wanneer een inspectie nodig is
- Wanneer de belasting moet worden aangepast
- Wanneer onderhoud moet worden ingepland
- Wanneer moet worden overgeschakeld naar een reservecompressor
Veiligheidsklep of noodvoorziening
Een veiligheidsklep of noodvoorziening moet functioneren op het moment dat de normale procesbeheersing tekortschiet. Omdat deze functies tijdens normaal bedrijf soms nauwelijks actief zijn, kan hun toestand niet altijd uit reguliere procesdata worden afgeleid.
Preventieve inspecties en periodieke functionele testen zijn daarom noodzakelijk. Predictieve metingen kunnen aanvullende informatie leveren, maar vervangen de verplichte test van de veiligheidsfunctie niet.
Redundant uitgevoerde hulppomp
Bij twee redundant uitgevoerde hulppompen kan een defect aan één pomp vaak gepland worden hersteld. Hierdoor kan correctief onderhoud gedeeltelijk verantwoord zijn.
De betrouwbaarheid van dit concept hangt echter volledig af van de tweede pomp. Beide pompen moeten daarom regelmatig worden getest en bij voorkeur afwisselend worden ingezet. Anders bestaat het risico dat de reservepomp op het moment van omschakelen eveneens niet beschikbaar blijkt te zijn.
Waarom een hybride onderhoudsstrategie meestal het beste werkt
Een installatie bestaat uit componenten met verschillende functies, kosten, risico’s en faalmechanismen. Daarom is het meestal niet logisch om één onderhoudsstrategie op een volledige machine toe te passen.
Neem een industriële pompinstallatie. Binnen dezelfde installatie kunnen verschillende keuzes worden gemaakt:
- Lagers worden predictief bewaakt met trillingsmetingen;
- Smering en visuele inspecties vinden preventief plaats;
- Een goedkope beschermkap wordt correctief vervangen;
- Veiligheidskritische afsluiters volgen een vast testregime;
- De reservemotor wordt periodiek getest.
De pomp heeft in dit voorbeeld dus niet één onderhoudsstrategie. Iedere relevante faalwijze krijgt een passende maatregel.
Daarmee wordt ook duidelijk waarom onderhoud op machineniveau soms te grof is. Een pomp kan als kritische asset zijn geclassificeerd, terwijl niet ieder onderdeel van die pomp dezelfde onderhoudsinspanning rechtvaardigt.
De meest volwassen aanpak verdeelt mensen, budget en technologie op basis van risico. Niet iedere machine hoeft continu te worden gemonitord en niet ieder onderdeel hoeft preventief te worden vervangen.
Zo kiest een bedrijf de juiste onderhoudsstrategie
Een goede onderhoudsstrategie ontstaat niet uit één softwaresysteem of één technische analyse. Het is een proces waarin onderhoud, productie, engineering en management gezamenlijk bepalen welke risico’s beheerst moeten worden.
Een praktisch stappenplan bestaat uit negen stappen:
- Breng de assets en componenten in kaart.
Leg vast welke installaties bij welk proces horen en welke functie zij vervullen. - Bepaal de kritikaliteit.
Beoordeel de gevolgen voor productie, veiligheid, milieu, kwaliteit en leverbetrouwbaarheid. - Analyseer de belangrijkste faalwijzen.
Onderzoek niet alleen óf een machine kan falen, maar vooral hoe dit gebeurt. - Bereken de gevolgen van uitval.
Neem directe reparatiekosten én indirecte kosten mee. - Onderzoek of falen vooraf detecteerbaar is.
Bepaal welk fysiek signaal verandert voordat de functionele storing optreedt. - Kies per faalwijze een onderhoudsmaatregel.
Selecteer preventief, predictief, correctief of een technische oplossing zoals redundantie of herontwerp. - Start met een afgebakende pilot.
Selecteer een beperkt aantal kritische assets met bekende problemen en duidelijke verantwoordelijken. - Meet de resultaten.
Volg machinebeschikbaarheid, storingsfrequentie, MTBF, MTTR, onderhoudsuren en geplande versus ongeplande werkzaamheden. - Evalueer en schaal gericht op.
Breid alleen maatregelen uit die aantoonbaar bijdragen aan beschikbaarheid, veiligheid of kostenbeheersing.
Bedrijven die predictive maintenance willen invoeren, doen er goed aan om niet het aantal geplaatste sensoren als succescriterium te gebruiken. De echte vraag is of storingen eerder worden herkend, onderhoud beter kan worden gepland en ongeplande stilstand daadwerkelijk afneemt.
Veelgemaakte fouten bij het kiezen van een onderhoudsstrategie
Bij het opstellen van een onderhoudsstrategie komen een aantal fouten regelmatig terug:
- Iedere machine volgens hetzelfde preventieve schema onderhouden.
Dit houdt onvoldoende rekening met verschillen in kritikaliteit en faalgedrag. - Predictive maintenance invoeren omdat het innovatief klinkt.
Zonder duidelijke faalwijze en onderhoudsbeslissing ontstaat een dataproject zonder aantoonbare waarde. - Sensoren installeren zonder opvolgproces.
Voor ieder relevant alarm moeten verantwoordelijkheden, grenswaarden en acties zijn vastgelegd. - Alleen naar directe onderhoudskosten kijken.
Stilstand, productieverlies, afkeur en vervolgschade blijven dan buiten beeld. - Geen onderscheid maken tussen kritische en niet-kritische assets.
Daardoor worden tijd en budget niet ingezet waar zij de meeste waarde opleveren. - Onderhoudsintervallen nooit evalueren.
Veranderde belasting, productieomstandigheden en storingshistorie kunnen een ander interval noodzakelijk maken. - Correctief onderhoud altijd afwijzen.
Bewust run-to-failure kan een rationele strategie zijn wanneer de gevolgen aantoonbaar beperkt zijn. - Data verzamelen zonder onderhoudsvraag.
Meer data leiden niet automatisch tot betere beslissingen.
Conclusie: kies per component en faalwijze
De keuze tussen preventief, predictief of correctief onderhoud begint niet bij technologie, maar bij risico. De kritikaliteit van de installatie, de dominante faalwijzen, de beschikbare informatie en de gevolgen van uitval bepalen welke aanpak het meest geschikt is.
Correctief onderhoud past bij goedkope, niet-kritische en snel vervangbare onderdelen waarvan falen geen vervolgschade veroorzaakt. Preventief onderhoud is logisch bij voorspelbare slijtage, vaste inspectie-intervallen en veiligheidsverplichtingen. Predictief onderhoud biedt vooral waarde bij kritische assets waarvan degradatie betrouwbaar kan worden gemeten en waarvan onverwachte uitval grote gevolgen heeft.
In de meeste industriële installaties is een combinatie van strategieën het effectiefst. Kies daarom niet één methode voor een volledige fabriek of machine, maar bepaal per component en faalwijze welke maatregel het risico het beste beheerst.
Begin niet direct met nieuwe sensoren. Selecteer eerst de tien assets waarvan uitval de grootste gevolgen heeft. Breng vervolgens per asset de belangrijkste faalwijzen in kaart en bepaal welke informatie nodig is om eerder, slimmer of juist helemaal niet in te grijpen.

